06 - 51 98 38 58

RIR: Betrouwbaar onafhankelijk beoordelen

RIR Nieuws


25-08-2016


Raad van State: “ 20 Pascal onderdruk geen harde norm


Inspectie SZW neemt het standpunt in dat een lagere onderdruk van 20Pa altijd een overtreding is van artikel 4.48a Arbobesluit. Daar Appellante ten tijden van de inspectie een onderdruk had van 11 Pa is Appellante beboet met een boete bedrag van 18.000 euro.

De RvS heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 juni 2016, waar de appellante, onder andere vertegenwoordigd werd door een deskundige van ons bureau.

De Raad van State oordeelt in haar uitspraak van 17 augustus 2016 dat de 20 Pascal geen harde norm is. Daarvan mag dus (onder omstandigheden) worden afgeweken.


Deze uitspraak is van groot belang voor saneerders die worden geconfronteerd met een Arboboete vanwege het niet behalen van een constante onderdruk van 20 Pascal.


De 20 Pascal-discussie

Iedere saneerder kent het uitgangspunt dat in het containment een onderdruk van 20 Pascal wordt gerealiseerd. In werkelijkheid is soms het behalen van een constante onderdruk van 20 Pascal simpelweg niet mogelijk.

Oude norm op 13 augustus 2013

SZW is steevast van mening dat dat een lagere onderdruk zonder meer een overtreding betekent van het Arbobesluit. Saneerder kon op het werk geen 20 Pascal onderdruk behalen. De onderdruk schommelde rond de 11 Pascal maar de saneerder had wel aanvullende maatregelen getroffen zoals verwoord in paragraaf 7.14.4 onder punt 13van de SC-530.


De Raad van State oordeelt dat op de dag van de overtreding uit artikel 4.48a Arbobesluit en paragraaf 7.14.4. van de SC-530 niet volgt dat het in stand houden van een onderdruk van 20 Pascal de enige toegestane manier is om verspreiding van asbestvezels buiten het containment te voorkomen. Met andere woorden: volgens de Raad van State is 20 Pascal geen harde eis. De regelgeving laat ruimte om op andere wijze te voldoen aan artikel 4.48a Arbobesluit. De Raad van State komt in deze zaak dan ook tot de eindconclusie dat ten onrechte een boete is opgelegd voor het niet behalen van 20 Pascal onderdruk.


Nieuwe norm na 1 maart 2016

Op 1 maart 2016 is deze norm verscherpt. 20 Pascal onderdruk is nu zo opgeschreven dat daarvan niet zomaar kan worden afgeweken. Echter kan SZW volgens ons ook op basis van deze norm niet zonder meer een boete opleggen als geen 20 Pascal wordt behaald. Wanneer het aantoonbaar technisch niet haalbaar is om een constante onderdruk van 20 Pascal te realiseren, laat de SC-530 nog altijd de ruimte om hiervan af te wijken. SZW zal dus nog steeds moeten bewijzen en motiveren dat 20 Pascal in het concrete geval technisch haalbaar was. In dat opzicht is de norm niet veranderd.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft SZW een ander Arboboete opgelegd en wilt u die juridisch laten toetsen? Neem dan vrijblijvend contact op met onze (juridische) specialisten.

Klik hier voor de publicatie van de uitspraak: https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=88640&summary_only=&q




------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


05-04-2016


Is dit de eerste bevestiging dat een inventariseerder wel een resultaatverplichting heeft?


Op 16-03-2016 heeft de Rechtbank Overijssel een uitspraak gedaan over de inspanningsverplichting en resultaatverplichting bij een Type A asbestonderzoek.


Een inventariseerder heeft een opdracht aangenomen voor het uitvoeren van een volledig Type A onderzoek. Zij heeft daarbij haar algemene voorwaarden gevoegd waarin vermeld zij “niet aansprakelijk is voor enige schade geleden door de opdrachtgever of derden welke voortvloeien uit het niet ontdekken van asbesthoudende materialen bij het uitvoeren van asbestinventarisaties.”


Het onderzoek heeft geleid tot een volledig Type A rapport waarbij geen bronnen zijn aangetroffen, geen Type B is geadviseerd en waarbij alle ruimten konden worden onderzocht.

In het rapport is ook opgenomen dat niet volledig kan worden uitgesloten dat bij verbouwingswerkzaamheden asbesthoudende onderdelen worden aangetroffen welke niet tijdens de inventarisatie zijn opgemerkt bijvoorbeeld bij verborgen elementen zoals materialen boven vaste plafondplaten.


Vrijwel onmiddellijk na de start van de renovatiewerkzaamheden werden op plafondplaten van het systeemplafond asbesthoudende materialen aangetroffen. De eigenaar van het asbest stelt de inventariseerder aansprakelijk voor (stagnatie-)schade.


Het inventarisatiebedrijf is van oordeel dat zij haar werkzaamheden heeft verricht conform de eisen die aan een volledig type A – onderzoek mogen worden gesteld, de inspanningverplichting. Bovendien beroept zij zich op haar algemene voorwaarden (zie hierboven). De inventariseerder betwist haar aansprakelijkheid en subsidiair de omvang van de gestelde vordering.


De rechtbank oordeelt dat alle visueel zichtbare bronnen welke middels Licht destructief onderzoek geïnventariseerd kan zijn, moet zijn opgenomen in het Type A rapport, eer het rapport volledig kan zijn (resultaatverplichting). De rechtbank verwerpt de aansprakelijkheidsclausule uit de algemene voorwaarden van de inventariseerder.



Klik hier voor de volledige uitspraak: <uitspraak>






------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Asbestproblematiek veel groter dan gedacht

De asbestproblematiek wordt door de nu gekozen oplossingsrichtingen alleen maar groter in plaats van kleiner. Het systeem of ‘asbeststelsel’ is niet doelmatig en niet efficiënt. Een groot aantal maatregelen dat de komende periode wordt doorgevoerd zal ertoe leiden dat de doelmatigheid en efficiëntie van het stelsel nog verder omlaag gaan. De kosten zullen dusdanig stijgen dat het voor een zeer groot deel van de eigenaren van het asbest onmogelijk wordt het asbest te laten onderzoeken en te saneren. Het stelsel zal dus contraproductief worden en de illegaliteit zal toenemen. Image6

Dit is een van de conclusies uit het rapport ‘De Uitdaging’ van RIR Nederland B.V.; een adviesbureau dat zich o.a. bezighoudt met het beoordelen van activiteiten die plaatsvinden in de asbestmarkt. Het bijna 150 pagina’s tellende rapport bevat een beschrijving van het maatschappelijke asbestprobleem bezien vanuit de dagelijkse praktijk en hoe het huidige stelsel van regels, die misstanden moet beteugelen, onderdeel uitmaakt van dat probleem.


'Gok' van ongekende proporties

In het rapport worden de problemen beschreven die zich in meer of mindere mate voordoen ten aanzien van de vigerende regelgeving, normeringen, certificatie, accreditatie, uitvoering en toezicht.

Het rapport stelt dat veel consequenties van de nu in uitvoering zijnde maatregelen of op stapel staande maatregelen, zoals de nieuwe grenswaarden, niet bekend zijn en dat er feitelijk blind beleid wordt ingevoerd. Dit zal, als de invoering van de nieuwe grenswaarden zoals gepland doorgaat, een 'gok' van onbekende en ongekende proporties zijn die met zekerheid niet, althans in ieder geval niet risicoverlagend zal werken.

Verder wordt gesteld dat overheidinstanties er in onvoldoende mate op hebben toegezien dat andere maatschappelijke consequenties, die met het advies van de Gezondheidsraad samenhangen, inzichtelijk zijn geworden en niet is beoordeeld of deze acceptabel zijn. Daarbij horen natuurlijk ook de consequenties die voortkomen met de noodzakelijk geachte aanpassingen in NEN-normen en certificatieschema's.



Verwijderen asbest wordt onbetaalbaar

Hoe kun je ervoor zorgen dat al het asbest zo snel mogelijk, zo veilig mogelijk en liefst ook nog eens zo goedkoop mogelijk uit de maatschappij verdwijnt? Dat is een van de kernvragen waarop het rapport antwoord geeft. Het is bekend dat er nog een enorme hoeveelheid asbest uit de woningen en industrie moet verdwijnen, tegen nu al enorme kosten. Met de nieuwe regelgeving, die op 1 januari mogelijk ingaat, wordt het verwijderen nog vele malen duurder. Dan zou je dus als maatschappij moeten streven naar een verhoging van de effectiviteit en efficiency van asbestsaneringen. De hoofdconclusie uit het rapport is dat het bestaande stelsel er niet in slaagt dat het werk correct, doelmatig en efficiënt wordt uitgevoerd. Het stelsel en de foute gedachte dat we op vezelniveau alles veilig moeten maken, veroorzaakt dat het verwijderen van asbest onbetaalbaar gaat worden, met alle gevolgen voor de maatschappij. De in het rapport opgenomen oplossingsrichtingen kunnen helpen om de volksgezondheid en het milieu beter te beschermen.


De samenvatting van het rapport kunt u hier downloaden: Samenvatting De uitdaging.pdf
application/pdf - 732.3kB

U kunt het volledige digitale rapport verkrijgen door een mail te sturen naar info@RIRnl.eu of het vragenformulier hiernaast in te vullen.




------------------------------------

Verschillendocument NEN2990:2005 t.o.v. NEN2990:2012


Op verzoek van verschillende actoren uit de markt heeft RIR Nederland een Verschillendocument van de NEN2990 opgesteld. Dit heeft zij gedaan middels een PowerPoint presentatie en kan door een ieder gedownload en gebruikt worden.


Hierbij is steeds de tekst van 2005 vergeleken met die van 2012. De teksten zijn steeds letterlijk overgenomen. In de blauwe tekstballonnen is de interpretatie van RIR weergegeven om de wijzingen nader te duiden.


Uit de vergelijking van de beide versies blijkt dat er fundamentele verschillen zijn tussen beide versies.


Indien u vragen heeft over dit verschillendocument verzoeken wij u deze kenbaar te maken als commentaar op de discussie binnen Linkedin; de groep Asbest Kennis. Wij zullen dan via Linkedin reageren op uw vragen. Dit om de vragen en antwoorden voor een ieder toegankelijk te maken.


Indien u opmerkingen heeft die u met ons wilt delen kunt u deze altijd (desgewenst anoniem) ons toezenden via het formulier 'Meldpunt Misstanden Asbestketen' .


Download hier de presentatie: Presentatie wijziging NEN2990.pptx
application/vnd.openxmlformats-officedocument.presentationml.presentation - 530.7kB Kies na openen voor de optie "alleen-lezen"



------------------------------------

Gecertificeerde asbestverwijderaar of een 'gewone' aannemer


In de praktijk blijkt er veel onduidelijkheid te zijn over risicoklasse 1 saneringen. Moet er nu wel of geen inventarisatierapport zijn, moet een gecertificeerde saneerder ingehuurd worden, of volstaat een aannemer zonder certificaat, is vrijgave door een laboratorium verplicht, of mag dat overgeslagen worden?



Lees het vervolgartikel op Asbest en Bouw



------------------------------------

`Afhankelijke adembescherming voor asbest´ - deel 2


Het artikel ‘Afhankelijke adembescherming voor asbest biedt onvoldoende bescherming’ (12 maart 2013 – asbestenbouw.nl) leidde tot discussies, vragen en zelfs Kamervragen. De auteur, Rob Arzoni van RIR, heeft een selectie gemaakt uit de vele reacties en geeft in dit vervolgartikel zijn antwoorden, aanvullingen en/of adviezen.



Lees het vervolgartikel op Asbest en bouw.


------------------------------------
NEN 2991 weggegooid geld?


Vaak vindt het advies voor het uitvoeren van een NEN 2991 niet op objectieve gronden plaats.
Deels wordt dit veroorzaakt door:

  • de emotionele lading rond het onderwerp ‘asbest’;
  • "U kunt beter alle ruimtes laten onderzoeken met behulp van een NEN 2991 onderzoek, zodat u
    zeker weet dat de ruimtes veilig zijn";
  • deels door de financiële belangen van de inventariseerder en een (eigen)laboratorium;
  • deels door onkunde van de inventariseerder.

Uit eigen onderzoek is gebleken dat 63% van de 54 door ons beoordeelde uitgevoerde NEN 2991
zonder juiste aanleiding zijn uitgevoerd.


Klik op het icoontje hiernaast voor de onderbouwing: Nen 2991, weggegooid geld.pdf
application/pdf - 2048.7kB



------------------------------------

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu hebben Kamervragen ontvangen naar aanleiding van het bericht op de site van Asbestenbouw.nl over onvoldoende bescherming afhankelijke adembescherming voor asbest



Na aanleiding van onze 2 gepubliceerde (onderstaande) artikelen zijn op 15 maart 2013 door de tweedekamer leden Ulenbelt en Van Gerven (beiden SP) kamervragen gesteld aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

"met vaststellen van nieuwe blootstellingsnormen voor asbest per 1 juli 2013 de bestaande voorzorgsmaatregelen onvoldoende bescherming bieden"


Volg de beantwoording van de kamervragen op asbest en bouw (www.asbestenbouw.com)


------------------------------------

Zijn afhankelijke adembeschermingsmiddelen wel veilig?


Voor mijn werk kom ik regelmatig in containments tijdens of na asbestsaneringen. Ik heb me daarbij nooit afgevraagd of het masker wat ik dan draag (Powerpak met Gemini volgelaatsmasker) mij voldoende beschermt. Natuurlijk beschermt dat goed… toch?

En hoe zit dat met de nieuwe grenswaarden? Dat masker beschermt nog hetzelfde, maar voldoet het dan ook nog?

Het antwoord op bovenstaande vragen is NEE.



Klik op het icoontje hiernaast voor de onderbouwing: Afhankelijke_adembescherming_-_RIR_publicatie.pdf
application/pdf - 785.9kB


------------------------------------

HEPA filters Klasse H13 niet geschikt voor alle asbestsaneringen

Volgens de NEN 1822 dienen asbestsaneerders bij onderdrukmachines klasse H13 of H14 HEPA filters te gebruiken om een besmetting van de naastgelegen ruimte met asebstvezels te voorkomen.
Per 01-07-2013 gaan nieuwe verlaagde grenswaarden gelden waardoor bij een RK3 besmetting de lucht wordt gezuiverd tot een RK2 besmetting.


Klik op het icoontje hiernaast voor de onderbouwing: RIR Publicatie HEPA filters Klasse H13 niet geschikt voor RK3 saneringen V7.pdf
application/pdf - 2375.6kB



------------------------------------

KvK RIR Nederland BV


Sinds 12 november 2012 heeft RIR Nederland (h.o.d.n. RIR) haar rechtvorm overgezet in een BV. Na verzoeken vanuit het werkveld zijn de KvK's in te zien onder het kopje "Over ons" in het navigatiemenu. Met vriendelijke groet, Gerwin Lensink



Welkom op de website van RIR

RIR is de dienstverlener op het vlak van onafhankelijke beoordelingen, handhaving, toezicht en opsporing voor de bouw en levert een bijdrage aan de bescherming van de volksgezondheid en milieu. Dit laatste door het ontwikkelen en delen van kennis, het ontwikkelen van nieuwe methoden en het optimaliseren van bestaande methoden.


RIR heeft als doel om de volksgezondheid en het milieu te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren en is hierbij specifiek gericht op het Stelsel van Arbeidsomstandigheden dat door SZW opgezet is. RIR zal daar waar nodig de actieve partijen binnen het stelsel die zich committeren aan het doel ondersteunen en zal daarnaast de effecten van het stelsel monitoren en hierover aan de verantwoordelijke partijen rapporteren.






RIR op social media


Stel een vraag / geef uw mening






Lettergrootte A A A